Per 7 maart 2002 is de wet Dualisering Gemeentebestuur in werking getreden. Dualisme betekent dat de rollen van bestuurders (college van burgemeester en wethouders) en de volksvertegenwoordigers (leden van de gemeenteraad) uit elkaar zijn getrokken, de zogenaamde ‘ontvlechting’. De gemeenteraad bestuurt de gemeente niet meer samen met het college van burgemeester en wethouders, maar staat meer op afstand van het college.

De raad heeft in het Dualisme drie eigen taken gekregen. De raad treedt op als volks-vertegenwoordiger namens de burgers. De raad stelt de kaders voor het beleid vast: dit houdt in dat de raad de richting van het beleid aangeeft en de doelstellingen formuleert. Tot slot heeft de raad een controlerende taak, dat wil zeggen dat de raad het college controleert op de uitvoering van het beleid.

 

Instrumenten van de raad

De raad vertegenwoordigt de inwoners van Weesp. Door het onderhouden van contact met de inwoners komen raadsleden te weten wat er speelt en leeft in Weesp. Zo kunnen zij belangen afwegen bij het nemen van besluiten.

De gemeenteraad bepaalt de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid (kaderstellende rol) en controleert het dagelijks bestuur (college van burgemeester en wethouders) op de uitvoering van dit beleid.
Om zijn controlerende en kaderstellende taak goed uit te voeren staat de raad een aantal instrumenten (rechten) ter beschikking, onder meer:
- een amendement (een voorstel tot wijziging van een raadsvoorstel)
- een motie (een uitspraak/verzoek van de raad aan het college om iets te doen/te laten),
- mondelinge (vragenhalfuur in de raad) of schriftelijke vragen
- een initiatiefvoorstel (een raadslid legt zelf een eigen onderbouwd voorstel voor aan de raad)
- interpellatie (een raadslid kan het college schriftelijk aanspreken op een actuele kwestie of beleid)
- recht op onderzoek, recht op ambtelijke bijstand.