Korte Muiderweg

Monumenten
HOME  |  Monumenten  |  Gemeentelijke monumenten

Korte Muiderweg

 Korte Muiderweg

 Monumentnummer G 1270-01

 Huidige bestemming

 Begraafplaats

 Oorspronkelijke bestemming

 Begraafplaats

 Ontwerp

 -

 Opdrachtgever

 Gemeente Weesp

 Datering

 1830

 Bouwstijl

 -

 Object

 Begraafplaats

 Categorie

 9

 Storende elementen

-

 Motivatie plaatsing gemeentelijke  monumentenlijst

 De begraafplaats Landscroon is van algemeen belang voor de gemeente Weesp vanwege de schoonheid en de schilderachtigheid van de begraafplaats. Het is de belangrijkste uiting van funeraire cultuur binnen de gemeente, die verwijst naar de historie van de stad en van personen die een belangrijke rol in Weesp hebben gespeeld in de periode 1830-1980. Afgezien van funeraire verwijzingen in de oude Laurenskerk in Weesp zijn hier de oudste sporen van funeraire cultuur te vinden.

 Aangewezen in

 2020

Beschrijving

De begraafplaats Landscroon is gelegen ten noorden van de oude binnenstad, tussen de weg naar Muiden en een meander van de rivier de Vecht. De begraafplaats Landscroon is gesticht op een voormalige buitenplaats met dezelfde naam, waarvan de eerste vermelding uit 1664 stamt.

Op een kaart uit 1749 is de buitenplaats Landscroon goed waarneembaar; het huis lijkt op de noordoostelijke hoek van het terrein te hebben gestaan.[1] Het achttiende-eeuwse buiten was kleiner dan het terrein van de huidige begraafplaats.

In 1798-1799 werd de buitenplaats uitgebreid met een driehoekige tuin in Engelse landschapsstijl. De buitenplaats was toen in handen van Hans Hendrik van Haersma (1760-1825), die met Constantia Elias (1757-1823) was getrouwd en die een kleindochter was van een eerdere eigenaresse, Constantia Hooft. Johannes Montsche (1734-1799), een tuinarchitect die vermoedelijk ook verantwoordelijk was voor de landschapstuin van Huis te Manpad, leverde het ontwerp. De uitvoering lag in handen van de in Baambrugge geboren Harmen de Vries (1753-1837). De Vries was (huis)schilder en architect. In 1795 was hij schepen en van 1816-1824 en na 1833 burgemeester van Weesp. Het oorspronkelijke plan bestond uit een landschappelijke aanleg met twee geschakelde vijvers.

Aanleiding aanleggen begraafplaats

De aanleiding om in Weesp een begraafplaats aan te leggen, was gelegen in een decreet van koning Willem I uit 1825, waarin het begraven in kerken werd verboden. De precieze details werden in een provinciale regeling vastgelegd die in 1827 werd vastgesteld en waarin bepaald werd dat vanaf 1 januari 1829 het begraven in kerken en in de bebouwde kom in plaatsen met meer dan 1000 zielen werd verboden. Dit leidde tot de gemeentelijke plicht een begraafplaats aan te leggen op 35 a 40 meter buiten de bebouwde kom.[1] Gemeenten gingen hiermee aan de slag. Op 25 september 1827 stelde het stadsbestuur van Weesp een commissie in die het maken van een nieuwe begraafplaats moest onderzoeken, waarin onder andere de wethouders Harmen de Vries en W.J. Schimmel zitting namen.[2] In Weesp kwam de zaak in een stroomversnelling toen de rooms-katholieke parochie bij monde van pastoor B. Wilbrink meedeelde dat er plannen bestonden om een eigen begraafplaats aan te leggen in een tuin aan de Singel.[3] Er is sprake van een terrein van 100 bij 64 voet dat 6 voet hoog is. Burgemeesters en Wethouders reageren al op 30 november 1827 met het antwoord dat hiervoor een vergunning nodig zou zijn. Uiteindelijk werd de buitenplaats Landscroon in 1828 aangekocht door de stad Weesp en gedeeltelijk ingericht als begraafplaats met een algemeen (protestants) deel en een gewijd, rooms-katholiek deel. De begraafplaats werd op 1 januari 1830 in gebruik genomen.

Gebouwtype en korte bouwgeschiedenis

Begraafplaats op driehoekig grondgebied, omringd door sloten en toegankelijk via de brug op de zuidelijke punt, waar de beheerderswoning staat. De begraafplaats is in meerdere fasen tot stand gekomen, wat tot uiting komt in de aanleg. In de zuidelijke punt hebben de randen een landschappelijke aanleg, voorzien van slingerpaden met veel begroeiing die relatief laag is. Deze aanleg lijkt deels terug te gaan op de landschapstuin van 1798-1799. Deze aanleg slingert rond het oudste deel van de begraafplaats uit 1829-1830, die gekenmerkt wordt door rechte lijnen en die in het hart van de aanleg ligt. Dit oudste stuk is in 1924 naar het noorden toe uitgebreid en in 1931 nogmaals. In 1930 ontwierp de directeur van de gemeentewerken K. Breijer de doodgraverswoning met een losstaande schuur annex lijkhuisje. In 1948 zijn aan de zijkanten velden toegevoegd; tegelijk is de toegangsbrug met hek vernieuwd naar ontwerp van K. Breijer. Uiteindelijk is in 1959 de begraafplaats uitgebreid in de vorm van een hoefijzer rond de bestaande grafvelden. Dit deel is op een hoger niveau aangelegd vanwege de hoge grondwaterstand. In dit deel is een min of meer west-oost lopende as aangebracht, waaromheen rechte velden zijn aangelegd.[4] Tegelijk werd de padenstructuur in de zuidelijke punt van de begraafplaats aangepast. In 1980 is het oude (lage) deel van de begraafplaats gesloten verklaard vanwege de hoge grondwaterstand aldaar. Vanaf 1996 worden op het hoge deel geen graven meer uitgegeven; wel vinden hier jaarlijks nog enkele bijzettingen plaats. Tegenwoordig vinden de meeste bijzettingen plaats op de begraafplaats Carspelhof, die in 1974 in gebruik werd genomen.

 

Fasering van de inrichting van Landscroon, waarbij het groene deel uiteindelijk is uitgevoerd zoals rechts met een strak padenpatroon (RHC Vecht en Venen, archief GAW 031-01, inv.nr. 1465).

Toen de begraafplaats in 1830 in gebruik werd genomen, waren er koop- en huurgraven. Deze koopgraven waren in vier klassen onderverdeeld, terwijl de huurgraven vijf klassen kenden en voor kinderen zelfs zeven of acht. Daarnaast bestonden er nog drie klassen armengraven. Tussen 1830 en 1843 vonden 1431 begrafenissen plaats, waarvan 89 in koopgraven, 1112 in huurgraven en 210 in armengraven. Twaalf koopgraven waren eersteklas, terwijl 220 mensen in een vijfde klas graf begraven werden. Van de armen stierven 688 kinderen onder de vijf jaar en 457 daarvan werden in een achtste klas kindergrafje te ruste gelegd. Elf kinderen onder de vijf werden in een koopgraf gelegd.[5]

Van deze armengraven is op de huidige begraafplaats weinig terug te zien; het zijn vooral de grafmonumenten van de beter gesitueerden die nog aanwezig zijn. Veel grafmonumenten zijn in Belgisch hardsteen uitgevoerd, vooral waar het de oudere grafstenen betreft. Daarnaast zijn exemplaren aangetroffen in zandsteen, kunststeen (cementsteen en marbriet) en wit marmer. Bijzonder is de aanwezigheid van gietijzeren monumenten (met name het gietijzeren kruis uit 1870 voor Louis Kelbling uit Kleve) en houten stèles.

Cultuurhistorische context

De aanleg van de begraafplaats is in meerdere perioden tot stand gekomen, wat gevolgen heeft gehad voor het aanzicht van de onderdelen. De landschappelijke tuinaanleg aan de randen van de zuidelijke punt is geënt op die van de buitenplaats, maar is aangepast rond 1960. De beplanting is over het algemeen jong waar het de loofbomen betreft en mogelijk wat ouder waar het naaldbomen aangaat. In het midden van de jaren negentig van de twintigste eeuw is het beplantingsschema aanzienlijk versoberd, waarbij ook veel hagen zijn verwijderd en waardoor de kamerstructuur op delen van de begraafplaats is verdwenen.

Het oudste deel van de begraafplaats ligt in het hart van de driehoek en kenmerkt zich door een pad dat een rooms-katholiek deel aan de westzijde en een groter protestants of algemeen deel aan de oostzijde van elkaar scheidt. De aanblik van het rooms-katholieke deel is over het algemeen minder monumentaal dan die van het algemene deel. Qua vormgeving is het algemene deel het meest interessant en indrukwekkend vanwege de grootte van de zerken, die dicht op elkaar liggen.

Het noordelijke deel van de begraafplaats is functioneel aangelegd en voegt ten opzichte van het oude deel geen waarde toe. De velden zijn gevuld met grafstenen die qua vormgeving als standaard zijn te betitelen. De paden die hiernaartoe leiden aan de zijkanten van de begraafplaats zijn eveneens bezet met grafmonumenten, echter ook van beperkte waarde waar het vormgeving betreft.

Een bijzonderheid van de gehele begraafplaats is gelegen in het feit dat op meerdere graven tot wel drie grafstenen staan. Dit betreft algemene graven voor mensen die daar samen met anderen begraven werden. Algemene graven werden over het algemeen maar voor tien jaar uitgegeven, dus dat ze hier nog staan is bijzonder.

Historisch gezien is de aanwezigheid van enkele graven uit de familie Van Houten van de cacaofabriek interessant, evenals de aanwezigheid van enkele burgemeestersgraven (Barend Peelen †1832, Jan van Achter †1848, Harmen de Vries †1857), dominees- en priestergraven en van de schilder en fotograaf Boudewijn van den Bergh †1920. Bijzonder zijn ook de grafmonumenten van Jan Schimmel en Carolina Henriette van de Meer Mohr, die voorzien waren van bronzen familiewapens, die verwijderd zijn en bij het Weesper Museum zijn opgeslagen. Ook van de familie Geesink van de brandweerautofabriek zijn graven aanwezig. Tot slot waren er drie oorlogsgraven (Antoon Floore, Anneke (Jan) van Gent en Gerrit Schouten), waarvan dat van Van Gent nog aanwezig is.

Waardering

De begraafplaats Landscroon is van algemeen belang voor de gemeente Weesp vanwege de schoonheid en de schilderachtigheid van de begraafplaats. Het is de belangrijkste uiting van funeraire cultuur binnen de gemeente, die verwijst naar de historie van de stad en van personen die een belangrijke rol in Weesp hebben gespeeld in de periode 1830-1980. Afgezien van funeraire verwijzingen in de oude Laurenskerk in Weesp zijn hier de oudste sporen van funeraire cultuur te vinden.

De bescherming richt zich met name op het centrale (lage) deel van de begraafplaats dat in diverse fasen tot stand is gekomen: 1829-1830, 1924 en 1931. De aaneengesloten grafmonumenten op het oudste deel in combinatie met de materialisering van de grafmonumenten op het gehele centrale deel hebben een schilderachtig aspect dat esthetisch van waarde is.

De rest van de begraafplaats is van belang voor de begraafplaats als bufferzone, die als groene coulisse rond het oudste deel ligt en bijdraagt aan het karakter ervan.

 

[1] Jan van der Heijden, ‘Een brief aan de koning 5 juni 1829. Gevecht om het behoud van de begraafplaats bij de dorpskerk’, De Biltse Grift, 1994, juni, 2-7.

[2] RHC Vecht en Venen, archief GAW 030-01, inv.nr. 474: de andere leden waren de raadsleden A. Schreuder, G. van den Bergh, C. Bellaart Reinink en J. van Achter; secretaris was P. de Vries Hzn, de zoon van wethouder Harmen de Vries.

[3] RHC Vecht en Venen, archief GAW 030-01, inv.nr. 99, 1827:188: schrijven van 13 november 1827.

[4] Moll 1991 noemt uitbreidingen in 1924, 1931, 1948 en 1959. Zie ook RHC Vecht en Venen, archief GAW 031-01, inv.nr. 1465 en 1484.

[5] RHC Vecht en Venen, archief GAW 030-02 inv.nr. 18.


[1] Kaart van dijk- en waalplichtige landen behorend tot het hoogheemraadschap Zeeburg en Diemerdijk, 1749

http://www.archieven.nl/mi/142/?mistart=12&mivast=142&mizig=99&miadt=142&milang=nl&misort=last_mod%7Cdesc&miview=gal1&mizk_alle=weesp

Contactgegevens

Bezoekadres

Nieuwstraat 70a
1381 BD  Weesp

Tel: (0294) 491 391

Belastingen tel: (020) 255 4800

E-mail: info@weesp.nl

Social media

Openingstijden

Afspraak maken